
Varanasi reiservaring: mijn eerste bezoek aan de heiligste stad van India
Van droom naar bestemming
Ik weet niet meer precies hoe en wanneer ik voor het eerst over Varanasi hoorde — de heiligste stad van India, gelegen aan de Ganges. Wat ik nog wél weet is dat ik direct besloot dat ik er naartoe wilde. Ik was al twee keer in India geweest voordat ik tijdens mijn derde keer India nu toch écht naar Varanasi ging.
Ik vloog die keer op New Delhi, waar ik een aantal dagen verbleef. Vervolgens reisde ik via de Taj Mahal in Agra richting Varanasi. De trein naar Varanasi is een erg populaire route dus zorg dat je op tijd boekt (zeker de 1e en 2e klasse). Het werd nog even (dubbel) spannend of ik de trein ook daadwerkelijk zou halen.
Van Agra naar Varanasi – een reis vol obstakels
Ik werd in Agra namelijk ziek: de welbekende Delhi-belly. En als ik zeg ziek, dan bedoel ik ook écht ziek. Ik kon nog geen tien minuten zonder het toilet te bezoeken. Bovendien vond ik Agra, los van de Taj Mahal, sowieso al vreselijk. Ik zat in een kamer zonder ramen en de veren in mijn matras (eigenlijk geen matras te noemen) hadden inmiddels blauwe plekken in mijn benen veroorzaakt.
Gelukkig was de eigenaar van mijn verblijf heel behulpzaam en wilde hij voor mij naar de ‘apotheek’ om pillen te halen. Daarnaast mocht ik, op de dag dat mijn trein pas aan het eind van de middag zou vertrekken, gelukkig in plaats van om 10 uur uit te checken, zo lang mogelijk blijven liggen. Op het laatste moment heb ik mijn backpack op mijn rug geslingerd en ben ik in een tuktuk gekropen op weg naar het treinstation.
Ik wist namelijk dat als ik deze trein naar Varanasi niet zou halen, ik mijn bezoek aan deze bijzondere stad wel kon doorstrepen. Daarbij wist ik ook dat ik in de trein kon slapen, en heel veel slechter dan het bed in mijn verblijf kon het sowieso niet worden. Ik hoopte maar dat de pillen snel hun werk zouden doen zodat ik hopelijk zonder al te veel kleerscheuren de lange treinreis van Agra naar Varanasi zou overleven.
Paniek op het verkeerde station in Agra
Eenmaal aangekomen op het treinstation ging ik op zoek naar het vertrekspoor van mijn trein. Ik kon dit niet direct vinden en omdat ik erg weinig energie had (ik had al een paar dagen nauwelijks gegeten) besloot ik het direct aan iemand te vragen. De meneer die mij hielp schudde echter al snel met zijn hoofd en ik voelde de stress direct door mijn lichaam stromen: “wrong station”.
De tuktuk had mij gewoon op het dichtstbijzijnde station afgezet, en ik had er nooit over nagedacht dat er meerdere stations in Agra zouden kunnen zijn.
Ik trok een sprintje naar de dichtstbijzijnde tuktuk en vroeg paniekerig wie mij naar het juiste station kon brengen. Gelukkig stond er direct een klaar en had ik nog precies 18 minuten om op het juiste station te komen. Met trillende handjes en zweet op plekken waarvan ik niet wist dat het mogelijk was, was ik nu dan toch echt onderweg naar het juiste station. Uiteindelijk kwam ik precies drie minuten voordat de trein vertrok aan op het juiste vertrekspoor. Ik was de tuktuk-driver zó dankbaar dat ik hem zonder nadenken al mijn losgeld overhandigde (spoiler: dit was niet handig). Ik dacht nog: ik pin wel nieuw geld zodra ik in Varanasi ben.
Aankomst in Varanasi – midden in de nacht
Eenmaal in de trein ben ik op mijn bedje gekropen en viel ik als een blok in slaap. Wat er ook zou gebeuren, ik was in elk geval onderweg naar Varanasi: eindelijk!
Rond een uur of 2 in de nacht kwam ik aan op het station in Varanasi. Ik had de rit goed doorstaan, geen vervelende wc-bezoekjes gehad en mijn buik was beduidend rustiger. Ik had de hele route geslapen en voelde me gelukkig weer een stuk beter.
Ik stapte het station uit en wilde een tuktuk aanspreken toen ik mij bedacht dat ik geen geld meer had. Dus: eerst maar even pinnen. Maar er van uit gaan dat er wel een pinautomaat op het station zou zitten was een hele stomme zet. Het zinnetje ‘assumption is the mother of all failures’ kreeg ik vervolgens niet meer uit mijn hoofd.
Ik moest een tuktuk zien te regelen zonder dat ik geld had, dus daar begon ik aan mijn charmeoffensief. Het was midden in de nacht en ik wilde echt maar één ding: slapen. Op dat moment voelde ik mij niet heel erg op mijn gemak op dat donkere station en moest ik tegen mijn tranen vechten: hoe kon ik nou zo stom zijn geweest!
Ik had het geluk dat er één tuktuk-driver was die het wel aandurfde om mij met een tussenstop bij een pinautomaat bij mijn verblijf af te zetten. Maar als er iéts onvoorspelbaar is in India, dan zijn het wel de pinautomaten. Gelukkig wilde het derde pinautomaat op de route wél meewerken en kon ik enorm opgelucht de beste man betalen.
Na een ritje van 25 minuten stond ik in het pikkedonker voor een gebouw wat mijn verblijf moest zijn maar ik kon geen enkel teken van leven ontdekken. Het is op die momenten dat je beseft dat de kleinste uitdagingen behoorlijke obstakels kunnen worden in een land als India. Gelukkig wilde mijn driver mij (na een extra dikke fooi) helpen door de eigenaar van het verblijf te bellen en kon ik tien minuten later dan toch écht mijn bed induiken. Wát een dag!
Eerste ochtend in Varanasi – wandelen langs de Ganges
Ik weet nog dat ik zo ontzettend opgelucht was dat ik eindelijk veilig in mijn bed lag en tegelijkertijd zo vreselijk veel zin had in de dag die zou komen dat ik die nacht nauwelijks kon slapen. Ein-de-lijk was ik in Varanasi.
De volgende ochtend klom ik al vroeg uit bed, sloeg mijn koffie achterover op het dakterras en vertrok ik voor mijn eerste wandeling over de ghats. Ik had mij een klein beetje voorbereid op een cultuurschok want dat is wat ik overal had gelezen. Varanasi zou heel heftig zijn, en dus had ik mij op het ergste voorbereid.
Het tegendeel is in mijn optiek waar, ik ervaarde juist rust in plaats van een cultuurschok. Het zijn dat soort berichten over India of Varanasi die ons ervan weerhouden om een plek wel of niet te bezoeken. Ik hoop dat mijn verhaal het tegendeel bewijst en je nieuwsgierig maakt.
Bezoek aan Manikarnika Ghat
Die eerste dag besloot ik ook direct te kijken bij de Manikarnika Ghat, waar de crematies plaatsvinden. Ik bereidde mij voor op een heel heftig tafereel maar zoals alles in India kan je je van tevoren eigenlijk geen voorstelling maken van wat je te wachten staat.
Ik had verwacht dat het een beladen en emotionele plek zou zijn, maar het was alles behalve dat. Volgens het lokale hindoeïstische geloof is Manikarnika geen plek van afscheid, maar van bevrijding (moksha). Het sterven en cremeren daar wordt gezien als een grote spirituele zegen, omdat de overledene verlost wordt uit de cyclus van wedergeboorte.
De dood is in India tevens iets wat simpelweg bij het leven hoort. In tegenstelling tot onze westerse cultuur is zij er minder omgeven door stilte, afstand en taboe, maar juist verweven met het dagelijks leven, zichtbaar in rituelen op straat en gevierd als een overgang naar een volgend bestaan.
Ontmoetingen met sadhu’s
In Varanasi zul je al snel kennis maken met een bont gezelschap van heilige mannen, of althans, mannen die zich zo voordoen. De échte sadhu’s — asceten die hun leven volledig wijden aan spirituele beoefening — leven van dana, spontane giften die zij ontvangen zonder er ooit expliciet om te vragen. Ze zitten vaak in stilte te mediteren, voeren rituelen uit of reciteren heilige teksten.
Maar in de drukkere, toeristische delen van de stad verschijnen ook andere figuren: mannen in feloranje gewaden, soms met indrukwekkend geschminkte gezichten, die echter vooral uit zijn op geld van nieuwsgierige reizigers. Ze bieden zichzelf aan voor foto’s of vragen ronduit om geld — soms subtiel, soms heel direct. Vaak hebben ze weinig te maken met het ascetische pad dat de echte sadhu’s volgen. Als je een sadhu wilt steunen, zoek dan iemand die je in stilte zijn devotie ziet beoefenen, niet degene die op je afstapt met de woorden: “Money? Photo?”
Avondritueel: de Ganga Aarti
Wanneer de avond valt is het tijd om naar de Aarti te gaan. De Ganga Aarti in Varanasi is een betoverend avondritueel waarbij de Ganges zelf wordt geëerd als levende godin. Terwijl de zon langzaam wegzakt en de lucht oranje kleurt, verzamelen honderden mensen zich op de ghats en in bootjes op het water.
Priesters in goudkleurige gewaden bewegen synchroon met grote olielampen, wierookwolken kringelen omhoog en de klanken van bellen, mantra’s en trommels vullen de nacht. Het licht van de vlammen weerspiegelt op het kabbelende water, alsof de rivier terugglimlacht. Het voelt als een eeuwenoude dans tussen mens en natuur — een moment waarin tijd even lijkt stil te staan.
Na afloop van de Aarti kan het enorm druk worden rondom de ghats, verdrukking en verkeersopstoppingen zijn hier aan de orde van de dag dus pas heel goed op je spullen. Je kan na afloop van de Aarti ook eventjes blijven zitten totdat de meeste mensen zijn weggetrokken. Zelf belandde ik in mijn eentje in de extreme drukte en dat was niet fijn. Als de avond is gevallen raad ik je af om nog de Ghats of steegjes te bezoeken, zeker wanneer je alleen bent.
Zelf verbleef ik de eerste keer drie dagen en de tweede keer vier dagen in Varanasi. Ik raad je aan om minimaal twee nachten te blijven zodat je één dag kan wennen, één dag over de Ghats kan wandelen en één dag de steegjes kan verkennen.
Dwalen door de de straatjes van Varanasi
De wirwar van smalle steegjes lijkt op het eerste gezicht onmogelijk te navigeren. Google Maps geeft het al snel op, en eerlijk gezegd: dat is maar goed ook. Juist dat verdwalen ís de charme van Varanasi. Elk hoekje brengt je naar een onverwachte scène: een priester die bloemen aan de Ganges offert, een oude man die rustig chai schenkt, kinderen die vliegers oplaten vanaf de daken.
Koeien, chaos en chai
Wie door de straatjes van Varanasi loopt, merkt al snel dat koeien hier de baas zijn. Ze liggen midden op de weg of blokkeren een doorgang alsof het hun volste recht is – en dat ís het ook. Het voelt soms alsof je in een film beland bent waarin elke seconde iets nieuws gebeurt.
Een goede manier om even op adem te komen? Neerploffen bij een kleine chai-wala op de hoek. Voor een paar roepies krijg je een glaasje dampende, zoete chai!
De magie van verdwalen
Wat Varanasi zo bijzonder maakt, is dat je nooit weet wat er achter de volgende bocht ligt. Een verborgen tempel, een kleurrijke muurschildering, een klein winkeltje vol handgemaakte zijde of plotseling uitzicht op de heilige Ganges. En elke keer dat je denkt dat je verdwaald bent, duikt er wel iemand op die je met een glimlach de weg wijst.
Praktische tips voor het dwalen in Varanasi
Ga vroeg op pad: in de ochtend zijn de straten rustiger en zie je hoe de stad langzaam tot leven komt.
Vertrouw niet op je navigatie: laat je gewoon leiden door je nieuwsgierigheid.
Neem kleine biljetten mee: ideaal voor een chai, snack of fooi.
Blijf opletten: het verkeer is druk en onvoorspelbaar, zelfs in de smalste straatjes.




